Aanvulling op ‘doelen stellen’

Als ik met leerlingen in gesprek ben over doelen stellen vertellen ze vaak hun voornemens. Het verschil tussen doelen en voornemens is blijkbaar niet helemaal helder. Daarop heb ik een werkblad gemaakt voor een les over voornemens en doelen.

In eerste instantie heb ik ze de voorkant van het werkblad laten invullen, hierbij geven ze bij elke uitspraak aan of het een voornemen of een doel is. Daarna hebben we gesproken over het verschil tussen een voornemen en een doel. Voor mij heeft een doel te maken met een actie, het werkwoord gaan en met een afspraak. Een voornemen heeft te maken met een wens, een intentie en met het werkwoord willen. De lading die deze woorden voor mij hebben bleek niet helemaal aan te sluiten bij de lading die leerlingen erbij ervaren. Daarop heb ik ze gevraagd aan de ene kant van het lokaal te gaan staan en bij elke zin waarbij zij ervaarden dat die aanzet tot beweging mochten ze een stap naar voren zetten. Deze oefening hielp hen om voor zichzelf het verschil te ervaren tussen een voornemen en een doel.

Daarna was de achterkant van het werkblad aan de beurt. De overeenkomsten tussen doelen gaan om een duidelijk eindpunt, de hoeveelheid tijd en een strategie. De inhoudelijke verschillen gaan over aanleiding, richting, termijn en doen tegenover leren.

Kernkwadranten

In het verleden heb ik met leerlingen zowel in de klas als individueel kernkwadranten gelegd om de leerlingen hun kwaliteiten te laten ontdekken. Veel leerlingen vinden het ingewikkeld om aan te geven waar ze goed in zijn, waar hun kwaliteiten liggen. Door naar allergieën en valkuilen te kijken is de ingang naar kwaliteiten soms makkelijker. Daarnaast kan er tussen leerlingen meer begrip ontstaan als ze via hun allergieën, de valkuilen van een ander, de kwaliteiten ontdekken van iemand waar ze zich aan ergeren. In de bijgevoegde bestanden zit een spelvorm voor individuen, daarnaast zijn er twee spelvormen, die veel op elkaar lijken om te spelen in een groep.

Jezelf monitoren

Jezelf monitoren tijdens activiteiten, schoolwerk, vertaal ik meestal als even vanaf een afstand naar jezelf kijken en de activiteiten waar je mee bezig bent om te checken of je de goede kant op gaat. Jezelf monitoren valt onder metacognitie. Vooruit en terug kijken krijgt vaak wel aandacht, maar tijdens het werk kijken of je moet bijsturen lijkt minder bekend. Op verzoek van een van de leerlingen zijn we hier mee aan de slag geweest. Tijdens het maken van de lessen kwam ik een artikel tegen in Didactief van zo’n tien jaar geleden waarin gesproken wordt over een onderzoek waarin wordt geconcludeerd dat 40% van een behaald cijfer wordt bepaald door de inzet van metacognitie. Dus blijkbaar is het een belangrijk onderwerp.

Ze hebben een eerste oefening gehad met behulp van energizers. De energizers zorgen ervoor dat ze vaak goed mee doen. Ik ben er nog niet uit of de energizers er mogelijk voor zorgen dat ze het doel van de les uit het oog verliezen waardoor het alleen een losse leuke opdracht wordt. Het toepassen bij schoolwerk is een volgende stap, die niet vanzelf gaat en nog veel aandacht nodig heeft.

Kenmerken van het eigen leren onderzoeken

Na de zomervakantie heb ik ervoor gekozen om bij de startactiviteiten met leerlingen op zoek te gaan naar kenmerken van hun eigen individuele leerproces, zodat ze van daaruit gericht aan de slag kunnen met het versterken van het eigen leerproces. Er waren leerlingen met twee startdagen, vandaar dat er in de lesbeschrijving twee lessen staan beschreven. De eerste opdracht, een maak opdracht gevolgd door een reflectie moment, was goed te doen. De tweede opdracht, het maken van een eigen leer landkaart, bleek erg moeilijk. Ik heb deze opdracht eerder gedaan met leerlingen waarbij het de leerlingen makkelijker afging. Beide keren hebben toen de leerlingen een gezamenlijke kaart gemaakt. Mogelijk is dat van invloed.

Motivatie

Vorig jaar wilde ik geen lessen geven over motivatie, maar ben ik meer op zoek gegaan naar directe handvaten. Leerlingen koppelde motivatie vaak aan een reden om wel of juist niet aan de slag te gaan. Over dat laatste hebben we het toen wel gehad. Dit jaar kwam het verzoek van leerlingen om het over motivatie te hebben terug. Daarop heb ik als nog een aantal lessen gemaakt die over verschillende benaderingen van motivatie gaan. De enkele praktisch gerichte opdracht verliep prima en dan blijkt dat de leerlingen makkelijk mee konden in de theorie. De lessen waarbij ze echt naar zichzelf moeten kijken verliepen een stuk lastiger. De bedoeling is dat wat de leerlingen vast leggen terug komt in gesprekken, individueel of in hele kleine groepjes. Ik verwacht dat daar pas een verdiepingsslag plaats vindt. Wij hebben die gesprekken nog niet expliciet gevoerd. Onderwerpen kwamen wel terloops terug op passende momenten waardoor er wel enige bewustwording plaats vond.

Ik heb nauwelijks gebruik gemaakt van verschillende werkvormen. Die zijn uiteraard prima toe te voegen. De lessen zijn meer bedoeld ter inspiratie en minder als uitgeschreven methode.

Ik heb zelf redelijk wat gelezen over motivatie. Ik kan niet goed inschatten of dat ook echt nodig is om deze lessen te kunnen geven. Ik denk wel dat het belang is dat je weet waar je het over hebt. Zoals ik hierboven heb aangegeven, mogelijk geeft het ideeën en handvaten om mee aan de slag te gaan.