Auteursarchief: Anne Caroline Kotte

Concentratie aanvulling

Bij de les over concentratie, in 25-26, heb ik geen gebruik gemaakt van het vragenlijstje maar van een lijst met factoren en een lijst met adviezen. Eerst hebben de leerlinge individueel aangegeven welke factoren bij hen individueel van invloed zijn. Daarna hebben ze de lijst met tips bekeken en deze waar nodig gekoppeld aan de factoren die voor hen van grote invloed zijn. Vervolgens hebben we concentratie oefeningen gedaan. Deze staan bij het oorspronkelijke bericht over concentratie. Naast die oefeningen hebben we ook de oefening wandelen met aandacht gedaan. Hierbij is het de bedoeling dat de leerlingen langzaam rond lopen waarbij ze in eerste instantie aandacht geven aan hun voeten, wat ze daar voelen om vervolgens de aandacht omhoog te laten lopen over hun benen. Tot slot kan hier ook de oefening ‘zien horen voelen’ aan worden gekoppeld. Als afsluiter hebben we de oefening ‘Uit de tent’ van de Drama Nerds gedaan. Bij deze oefening is er een vrijwilliger die oefent in het vast houden van zijn/ haar concentratie. Anderen proberen deze leerling uit zijn/ haar concentratie te halen. Hierbij mogen ze de leerling niet aanraken en blijven ze op gepaste afstand.

Motivatie bronnen

In het bericht ‘zelf regulerend leren’ ga ik in op het model van B Zimmerman waarin hij 21 vaardigheden aangeeft die te maken hebben met zelf regulerend leren. Bij het onderdeel jezelf motiveren, worden vijf motivatiebronnen benoemd: competentiegevoelens, resultaat verwachtingen, taakwaarde, taakinteresse en doeloriëntatie. In een aparte les zijn we ingegaan op deze motivatiebronnen.

De les zag er als volgt uit. Leerlingen hebben eerst nagedacht over een situatie waarin ze gemotiveerd waren en welke kenmerken van de situatie de motivatie positief beïnvloedde. Vervolgens hebben ze de invloed van de motivatiebronnen bij deze situatie bekeken en daar waar mogelijk gekoppeld aan de kenmerken van de situatie. Dit hebben ze vakken bij de punten van de ster op het werkblad ingevuld. In de ster zelf hebben ze mate waarin de bron een positieve bijdrage had aangegeven. Vervolgens hebben ze een situatie in gedachten genomen waarin ze niet zo gemotiveerd waren en ook hiervoor de ster ingevuld. Door beide sterren met elkaar te vergelijken kunnen ze zien welke bron de grootste invloed heeft op hun motivatie. Klassikaal hebben we besproken hoe je de bronnen kunt inzetten ter ondersteuning van de motivatie.

Mindset

Mindset, een concept van Carol Dweck, beslaat in het kort overtuigingen met betrekking tot intelligentie en groei. Het betreft een continuüm met de ‘fixed’ en de ‘growth’ mindset als uitersten. Als je het idee hebt dat het niet uitmaakt wat je doet voor het resultaat wat je doet dan heb je te maken met de ‘fixed’ mindset. De gedachte dat inzet van groot belang is voor het resultaat hoort bij de ‘growth’ mindset.

Dit onderwerp komt vrijwel elk school jaar een keer langs. In een eerder bericht genaamd ‘motivatie’ is een les over mindset opgenomen. De les, uit schooljaar 25-26, bestaat uit drie onderdelen. Het laatste onderdeel is nieuw.

Het eerste onderdeel is een vragenlijstje zoals deze: https://b.socrative.com/teacher/#import-quiz/29818748. Het doel hiervan is om leerlingen alvast aan het denken te zetten over zichzelf. Ik laat de uitkomsten klassikaal zien, zonder dat de individuele antwoorden te zien zijn. Elke vraag kan een aanleiding zijn voor een mooi gesprek.

Het tweede onderdeel is een korte uitleg van het concept mindset. hiervoor gebruik ik een aantal illustraties, die hieronder te vinden zijn.

Het derde onderdeel, heb ik dit schooljaar (25-26), toegevoegd, het mindset kwartet. In het kwartet staan een aantal situaties beschreven en per situatie vier mogelijke gedachten die ergens passen op het continuüm. Het spel spelen met de regels van kwartetten bleek erg ingewikkeld. De leerlingen hebben daarom eerst de vier gedachten die steeds bij elkaar horen bij elkaar gezocht, van daaruit hebben ze bekeken welke situatie bij elk viertal hoorde. Deze twee stappen liepen voor een deel in elkaar over. Vervolgens hebben ze per situatie de vier gedachten op het continuüm geplaatst. Tot slot hebben ze voor zichzelf bepaald waar ze zich meestal bevinden met betrekking tot schoolwerk. Het spel met het kwartet sloeg goed aan bij de leerlingen. Ze zijn er enthousiast mee aan de slag gegaan en met name de verschillende gedachten waren erg herkenbaar voor ze.

Motivatie diamant

Aanvullend op de lessen doelen stellen heb ik met leerlingen gekeken naar onderliggende motivatie factoren. Hiervoor hebben ze het werkblad ingevuld zodat die op latere momenten er weer bij gehaald kan worden. Het gaf een mooi een beeld van de drijfveren van de leerlingen. De les is vertaald en komt uit het boek ‘The GCSE Mindset’ van S. Oakes en M. Griffin (2024)

Aanvulling op ‘doelen stellen’

Als ik met leerlingen in gesprek ben over doelen stellen vertellen ze vaak hun voornemens. Het verschil tussen doelen en voornemens is blijkbaar niet helemaal helder. Daarop heb ik een werkblad gemaakt voor een les over voornemens en doelen.

In eerste instantie heb ik ze de voorkant van het werkblad laten invullen, hierbij geven ze bij elke uitspraak aan of het een voornemen of een doel is. Daarna hebben we gesproken over het verschil tussen een voornemen en een doel. Voor mij heeft een doel te maken met een actie, het werkwoord gaan en met een afspraak. Een voornemen heeft te maken met een wens, een intentie en met het werkwoord willen. De lading die deze woorden voor mij hebben bleek niet helemaal aan te sluiten bij de lading die leerlingen erbij ervaren. Daarop heb ik ze gevraagd aan de ene kant van het lokaal te gaan staan en bij elke zin waarbij zij ervaarden dat die aanzet tot beweging mochten ze een stap naar voren zetten. Deze oefening hielp hen om voor zichzelf het verschil te ervaren tussen een voornemen en een doel.

Daarna was de achterkant van het werkblad aan de beurt. De overeenkomsten tussen doelen gaan om een duidelijk eindpunt, de hoeveelheid tijd en een strategie. De inhoudelijke verschillen gaan over aanleiding, richting, termijn en doen tegenover leren.