Tag archieven: doel

Mindset

Mindset, een concept van Carol Dweck, beslaat in het kort overtuigingen met betrekking tot intelligentie en groei. Het betreft een continuüm met de ‘fixed’ en de ‘growth’ mindset als uitersten. Als je het idee hebt dat het niet uitmaakt wat je doet voor het resultaat wat je doet dan heb je te maken met de ‘fixed’ mindset. De gedachte dat inzet van groot belang is voor het resultaat hoort bij de ‘growth’ mindset.

Dit onderwerp komt vrijwel elk school jaar een keer langs. In een eerder bericht genaamd ‘motivatie’ is een les over mindset opgenomen. De les, uit schooljaar 25-26, bestaat uit drie onderdelen. Het laatste onderdeel is nieuw.

Het eerste onderdeel is een vragenlijstje zoals deze: https://b.socrative.com/teacher/#import-quiz/29818748. Het doel hiervan is om leerlingen alvast aan het denken te zetten over zichzelf. Ik laat de uitkomsten klassikaal zien, zonder dat de individuele antwoorden te zien zijn. Elke vraag kan een aanleiding zijn voor een mooi gesprek.

Het tweede onderdeel is een korte uitleg van het concept mindset. hiervoor gebruik ik een aantal illustraties, die hieronder te vinden zijn.

Het derde onderdeel, heb ik dit schooljaar (25-26), toegevoegd, het mindset kwartet. In het kwartet staan een aantal situaties beschreven en per situatie vier mogelijke gedachten die ergens passen op het continuüm. Het spel spelen met de regels van kwartetten bleek erg ingewikkeld. De leerlingen hebben daarom eerst de vier gedachten die steeds bij elkaar horen bij elkaar gezocht, van daaruit hebben ze bekeken welke situatie bij elk viertal hoorde. Deze twee stappen liepen voor een deel in elkaar over. Vervolgens hebben ze per situatie de vier gedachten op het continuüm geplaatst. Tot slot hebben ze voor zichzelf bepaald waar ze zich meestal bevinden met betrekking tot schoolwerk. Het spel met het kwartet sloeg goed aan bij de leerlingen. Ze zijn er enthousiast mee aan de slag gegaan en met name de verschillende gedachten waren erg herkenbaar voor ze.

Aanvulling op ‘doelen stellen’

Als ik met leerlingen in gesprek ben over doelen stellen vertellen ze vaak hun voornemens. Het verschil tussen doelen en voornemens is blijkbaar niet helemaal helder. Daarop heb ik een werkblad gemaakt voor een les over voornemens en doelen.

In eerste instantie heb ik ze de voorkant van het werkblad laten invullen, hierbij geven ze bij elke uitspraak aan of het een voornemen of een doel is. Daarna hebben we gesproken over het verschil tussen een voornemen en een doel. Voor mij heeft een doel te maken met een actie, het werkwoord gaan en met een afspraak. Een voornemen heeft te maken met een wens, een intentie en met het werkwoord willen. De lading die deze woorden voor mij hebben bleek niet helemaal aan te sluiten bij de lading die leerlingen erbij ervaren. Daarop heb ik ze gevraagd aan de ene kant van het lokaal te gaan staan en bij elke zin waarbij zij ervaarden dat die aanzet tot beweging mochten ze een stap naar voren zetten. Deze oefening hielp hen om voor zichzelf het verschil te ervaren tussen een voornemen en een doel.

Daarna was de achterkant van het werkblad aan de beurt. De overeenkomsten tussen doelen gaan om een duidelijk eindpunt, de hoeveelheid tijd en een strategie. De inhoudelijke verschillen gaan over aanleiding, richting, termijn en doen tegenover leren.

Jezelf monitoren

Jezelf monitoren tijdens activiteiten, schoolwerk, vertaal ik meestal als even vanaf een afstand naar jezelf kijken en de activiteiten waar je mee bezig bent om te checken of je de goede kant op gaat. Jezelf monitoren valt onder metacognitie. Vooruit en terug kijken krijgt vaak wel aandacht, maar tijdens het werk kijken of je moet bijsturen lijkt minder bekend. Op verzoek van een van de leerlingen zijn we hier mee aan de slag geweest. Tijdens het maken van de lessen kwam ik een artikel tegen in Didactief van zo’n tien jaar geleden waarin gesproken wordt over een onderzoek waarin wordt geconcludeerd dat 40% van een behaald cijfer wordt bepaald door de inzet van metacognitie. Dus blijkbaar is het een belangrijk onderwerp.

Ze hebben een eerste oefening gehad met behulp van energizers. De energizers zorgen ervoor dat ze vaak goed mee doen. Ik ben er nog niet uit of de energizers er mogelijk voor zorgen dat ze het doel van de les uit het oog verliezen waardoor het alleen een losse leuke opdracht wordt. Het toepassen bij schoolwerk is een volgende stap, die niet vanzelf gaat en nog veel aandacht nodig heeft.

Zelf regulerend leren

Mijn lessen zijn bedoeld om leerlingen inzicht en houvast te geven bij het vormgeven van hun eigen leerproces. Dit heeft alles te maken met zelfregulerend leren. Jeltsen Peetsers (2023) beschrijft in ‘Zelf regulerend leren Hoe? Zo!’ zelf regulerend leren als volgt: het is een cyclisch proces waarbij de leerling zijn gedrag, gedachten, gevoelens en motivatie zelf richting geeft voor het bereiken van zijn/ haar leerdoelen binnen zijn/ har context. In dit boek wordt gebruik gemaakt van het model van B. Zimmerman met daarin 21 vaardigheden. Die vaardigheden heb ik in een mindmap gezet. Deze mindmap komt op verschillende momenten terug in de lessen, om te laten zien waarom we met onderwerpen aan de slag en om te inventariseren waar de behoefte ligt van de leerlingen aan onderwerpen in de lessen.

Er bestaan diverse vragenlijsten m.b.t. zelf regulerend leren. Hieronder vind je er twee. Ik heb de vragenlijsten niet gebruikt om de stand van zaken te meten, maar om leerlingen naar zichzelf te laten kijken zodat ze zelf zicht krijgen in waar ze niet zo sterk in zin en waar wel. Om van daaruit te kunnen bepalen wat ze zouden willen leren om zelf hun leerproces vorm te kunnen geven en welke volgende stap ze daarin zelf willen zetten.

De stellingen in de ZRL vragenlijst (vertaling van de SRL vragenlijst) heb ik gekoppeld aan de vaardigheden van B. Zimmerman die in de mindmap staan. De koppeling staat op een aparte pagina. De eerste kolom van de vragenlijst is bedoeld voor deze denkoefening, zodat leerlingen zelf op zoek gaan naar de koppelingen.