Deze week hebben we nog een keer tijd besteed aan communiceren, met name gericht op leiding geven en leiding accepteren aan en van elkaar. Het was mooi om te zien hoe sommige leerlingen van nature in alle rust de leiding nemen en worden geaccepteerd door de anderen, mede omdat ze ook ruimte open laten voor de ander. Ook bijzonder was de leerling die leiding wilde geven en werd uitgekozen door zijn groep maar het vervolgens snel opgeeft waarop de groep zonder hem verder ging. Tot slot de leerlingen die de observatierol hadden gekregen en zorgvuldig feedback gaven aan hun medeleerlingen.
Deze week stond in het teken van communicatie. In de lesbeschrijvingen staan drie lessen beschreven. Les twee zijn we niet aan toe gekomen. Bij de andere twee lessen draait het om medewerking van de ander vragen. Als twee leerlingen zich dan vooraf hebben voorgenomen om niet toe te geven aan de ander ontstaat er een mooi heen en weer gepingpong met argumenten waarmee ze geen stap verder komen. Andere leerlingen lieten zien dat gewoon netjes vragen oplevert wat je wil bereiken.
Deze week zijn we aan de slag gegaan met de werksfeer. Hiervoor hebben we de energizer ‘Magneten’ uit Energize III van Erwin Tielemans (2007) gebruikt. Bij deze energizer bewegen leerlingen door een grote ruimte, waarbij ze elkaar aantrekken en/ of afstoten. Bij de uitvoering werd duidelijk dat de organisatie van invloed was op het effect van de opdracht. Bij de eerste opdracht (aantrekken) bleek de groep eigenlijk te klein. Een groep van minimaal tien leerlingen maakt, denk ik, het effect duidelijker. De tweede opdracht (afstoten) hebben we buiten gedaan. Hier bleek de ruimte te groot voor een duidelijk effect. De ruimte van een lokaal is naar verwachting passender. Om te voorkomen dat leerlingen buiten de boot vallen hebben we de leerlingen elkaar namen laten trekken. Bij de derde opdracht hebben de leerlingen twee namen getrokken met afwisselend aantrekken en afstoten. Hierbij was het mogelijk dat ze zichzelf trokken. Dit was de meest ingewikkelde opdracht en leverde uiteindelijk de meest interessante beweging op.
Naast de opdracht Magneten hebben we ook de opdracht ‘Aangeboden en Gezocht’ van Jelly Bijlsma gedaan. Bijzonder bij deze opdracht was de eensluidende uitkomst. Ze zoeken allemaal rust en hebben dat ook allemaal in aanbieding. Dit levert weer een mooi aanknopingspunt op voor de moeten dat ze elkaar storen in het werk.
Deze week hebben we ervoor gekozen om aandacht te besteden aan de groepsdynamiek. Langzaam verruwde de manier waarop de groep met elkaar en met de materialen omgaat. Vorige week werd duidelijk dat niet iedereen zich daardoor nog even prettig voelt in de groep. Hiermee hebben we de lessen zelf regulerend leren voor even los gelaten. Hierdoor ontstaat er voor de leerlingen tijd en ruimte om wat ze geleerd hebben in het zelfregulerend leren te onderzoeken, te oefenen en eigen te maken.
In de eerste les stond het maken van een rubric centraal. Hierbij bleek dat een rubric voor veel leerlingen iets nieuws was. Dat maakte dat het formuleren van criteria lastig was. De leerlingen kwamen wel met mooie voorstellen voor gedrag, waarbij de concreetheid varieerde. Het positief formuleren pakte ze makkelijk op. In de tweede les hebben we ervoor gekozen om waarden te koppelen aan gedrag. Het vinden van gemeenschappelijke waarden in de groepjes verliep vrij eenvoudig. Daar weer de belangrijkste waarden uit halen was ingewikkeld. Daarop hebben we de lijst van beschrijvingen van de dag ervoor gebruikt en gekeken welke van de genoemde waarden daarin terug kwamen. Zo kwamen kwam de groep tot de waarden respect, gelijkwaardigheid en betrokkenheid. In de derde les was er maar een klein groepje leerlingen over. Daarin hebben we geoefend in het omzetten van een waarde naar gedrag. Dit bleek een mooie oefening om helder te krijgen wat je allemaal onder een bepaalde waarde verstaat en wat je daarvan dan weer belangrijk vindt.
Deze week hebben we met de leerlingen gekeken naar factoren die van invloed zijn op motivatie om aan het werk te gaan. Veel factoren zijn terug te voeren op de behoefte aan autonomie, gevoel van competentie en betrokkenheid. Op maandag hebben de leerlingen een vragenlijst ingevuld waarin ze factoren konden aangeven waarvan ze herkende dat bij hen van invloed zijn. De uitkomst was heel divers en erg verschillend per individu. Dat maakte dat we het niet klassikaal naar de factoren hebben gekeken. Op dinsdag hebben we naar wilskracht gekeken, naar factoren die daarbij van invloed zijn. Opvallend was de aandacht hiervoor. Bij navraag wilde de meeste leerlingen aan de slag met zichzelf belonen als ondersteunende factor.
We betwijfelde wat van de informatie landde bij de leerlingen. Vervolgens bleek een van de leerlingen twee keer die week in gedachten langs de factoren te zijn gegaan om te besluiten of ze wel of niet aan het werk zou gaan. Haar uitkomst was beide keren om wel aan de slag te gaan.